vrijdag 2 augustus 2013

Een nieuwe vorm van pijnbestrijding: de steriele waterinjectie

Als alles volgens plan verloopt, dan krijgen verloskundigen een dezer dagen het recht om waterinjecties te geven aan vrouwen die onder hun zorg bevallen en behoefte hebben aan pijnbestrijding. Een goede ontwikkeling, wat mij betreft.

Tot op heden moest je – als je behoefte had aan pijnbestrijding tijdens je bevalling – worden doorverwezen naar de gynaecoloog. Een verloskundige mag immers een bevalling waarbij gebruik wordt gemaakt van medische pijnbestrijding, zoals de ruggenprik,  niet begeleiden. Daar komt nu verandering in met de invoering van de steriele waterinjectie.

Het voordeel van de invoering van waterinjecties zit 'm voor mij hoofdzakelijk in twee dingen.
Het eerste voordeel is dat je er niet voor naar de gynaecoloog hoeft. Je bevalling wordt dus niet medisch, zoals wel het geval is bij het krijgen van een ruggenprik, een pethidine-injectie of bij gebruik van het remifentanil-pompje. Tot op heden waren dit de drie vormen van medische pijnbestrijding die er te krijgen waren in ons land. Bij de steriele waterinjecties mag je nog steeds thuis of poliklinisch bevallen, omdat je eigen verloskundige deze injecties kan geven. Níet aan de gynaecoloog worden overgedragen heeft vele voordelen, zoals meer rust en (mede daardoor) minder ingrepen tijdens de bevalling. Dit geldt zeker als je thuis gaat bevallen (*).
Het tweede voordeel is dat het een vorm van pijnbestrijding is die géén negatieve bijwerkingen heeft op de baby of op het verloop van je bevalling. Dit in tegenstelling tot alle vormen van pijnbestrijding die de gynaecoloog te bieden heeft! En –zeker zo belangrijk – de waterinjectie is een effectieve vorm van pijnbestrijding; onderzoek heeft uitgewezen dat de pijnbeleving die barende vrouwen aangeven meer dan de helft minder wordt.

Op het moment dat bekend werd dat de introductie van waterinjecties niet lang meer op zich zou laten wachten, kwamen echter de gynaecologen en anesthesiologen in het verweer. Snel lieten de beroepsorganisaties van deze specialisten weten dat zij betwijfelen of dit middel wel zo effectief zou zijn. Zij stellen dat er nog onvoldoende bewijs is, terwijl de injecties in landen als Zweden, Denemarken en Canada al jarenlang ingezet worden. En met het gewenste resultaat!
Opmerkelijk; net díe vorm van pijnbestrijding die een vrouw ‘uit hun handen’ kan houden, keuren zij af. Wat zit hierachter, kun je je afvragen. Zijn de gynaecologen en anesthesiologen misschien bang om de forse vergoedingen mis te lopen die zij krijgen op het moment dat een vrouw een vorm van pijnbestrijding krijgt waarvoor zíj verantwoordelijk zijn? Een ruggenprik kost immers het veelvoud van een waterinjectie.  Ik kan alleen maar gissen naar de redenen, maar ik vermoed dat ik er niet ver naast zit.

Vanuit mijn deskundigheid als doula ben ik van mening dat een vrouw een normale bevalling op eigen kracht, zonder welke vorm van pijnbestrijding dan ook, tot een goed einde kan brengen. Ook weet ik dat bij continue begeleiding tijdens de bevalling, zoals ik die bied, een vrouw in het algemeen géén behoefte heeft aan medische pijnbestrijding. Maar ik weet ook dat er zich dingen kunnen voordoen tijdens de bevalling die de behoefte aan pijnbestrijding doen ontstaan. Zeker bij vrouwen die niet door een doula worden gesteund. Deze vrouwen raad ik aan om de mogelijkheden van steriele waterinjecties te bespreken met hun verloskundige, zodat zij nog steeds kunnen bevallen zonder alle ‘toeters en bellen’ die er bij de gynaecoloog aan te pas komen!

Willeke Klerks
www.geboortecoaching.nl

(*) Op 14 juni 2013 werden de uitkomsten van een studie over dit onderwerp onder leiding van onderzoekers van de afdeling MidwiferyScience van VU Medisch Centrum bekend gemaakt en in het British Medical Journal gepubliceerd. Deze studie gaat met name in op het voordeel van thuis bevallen met je eigen verloskundige, wat leidt tot minder kans op ernstige complicaties tijdens de bevalling. Voor het volledige artikel in British Medical Journal klik hier

maandag 22 juli 2013

Geboortewensen: aanwinst of stoorzender

Sinds een aantal jaren is het opstellen van een geboorteplan in opkomst. Aanstaande ouders worden gestimuleerd om hun wensen ten aanzien van hun komende bevalling op papier te zetten. Handig en inzichtelijk voor zichzelf én voor diegene die aanwezig zal zijn tijdens de bevalling. Ondanks de goede bedoelingen is zo’n geboorteplan toch regelmatig de aanleiding tot frictie tussen zwangere en verloskundige of gynaecoloog. Dat kan beter.

Naam
Het woord “plan” suggereert dat je kunt en gaat plannen hoe een bevalling zal verlopen. Dat is natuurlijk niet waar. Wat voor iedereen wel gelijk is, zijn de fases van een bevalling. Je kunt bijvoorbeeld de ontsluiting niet overslaan. Maar in de uitvoering zijn er grote verschillen. En dat is volstrekt normaal. Een bevalling is niet te standaardiseren, al denken sommige mensen dat dat wel kan en zelfs wenselijk is. En door te gaan plannen versterk je die overtuiging.
Daarnaast heeft de term iets dwingends: ik plan en de ander zorgt maar dat hij zodanig meewerkt dat het precies zo uitgevoerd wordt. Zo kan het geboorteplan een bron van frictie, machtsspelletjes en onbegrip worden. Precies het omgekeerde waarvoor het bedacht en bedoeld is, namelijk begrip en inzicht kweken en opteren voor de mogelijkheden.
Daarom bij deze het voorstel om voortaan de term “geboortewensen” te gebruiken. Dat dekt meer de lading. Het haalt het planmatige eraf en versterkt het doel van het beschrevene, namelijk dat de hulpgever helder, vlot en duidelijk een beeld krijgt van degene met wie hij gaat samenwerken. Immers, hoe beter je iemands wensen kent, hoe effectiever en prettiger het contact is.

Doel en werking van de geboortewensen
Een vrouw weet van te voren niet hoe haar bevalling zal verlopen. Hoe lang het gaat duren, welke houdingen ze prettig zal vinden om de weeën mee op te vangen, hoe ze het moeder worden zal ervaren etc. Wat ze WEL weet, is wie ze nu is. Hoe ze reageert op stress. Wat ze kan doen om te ontspannen of om iets vol te houden. Kortom: ze neemt zichzelf mee de bevalling in. En dat is waardevolle informatie. Daarnaast zijn de meeste zwangeren erg geïnteresseerd in alles wat met zwanger zijn en bevallen te maken heeft. Breed geïnformeerd worden maakt dat hun horizon vergroot wordt en dat ze goed passende keuzes kunnen maken.

Op eigen kracht de geboortewensen allemaal helder krijgen is voor de meeste zwangeren ondoenlijk. En dat is logisch. Een vragenlijstje of een boekje met suggesties zijn vaak ontoereikend. Het is sterk aan te bevelen om met een deskundige, ervaren, liefst neutrale persoon je wensen te bespreken. Een doula is daarvoor uitermate geschikt. Het is een vast onderdeel van haar aanbod. Geboortewensengesprekken met haar duren gemiddeld drie uur. En dat zijn intensieve uren. Alle aspecten van de bevalling komen aan de orde. Door in gesprek te gaan, kun je accenten leggen waar dat nodig is. Informeren waar blijkt dat er onvoldoende bekendheid is met de mogelijkheden. En bevestigen, bekrachtigen wat belangrijk is voor de zwangere en haar partner. Dit alles geeft een zeer solide basis voor de bevalling die gaat komen. De aanstaande ouders gaan met meer vertrouwen en zelfs met plezier de bevalling in. Dat deze voorbereiding z’n vruchten afwerpt, moge duidelijk zijn.

Haken en ogen
Soms gebruiken aanstaande ouders de geboortewensen als wapen in de strijd om de gewenste begeleiding te krijgen. En dat is jammer, want (machts)strijd is een enorme stoorzender. De toon die in de geboortewensen gebruikt wordt, is heel belangrijk. Dwingende, eisend opgestelde wensen zijn hiervan een voorbeeld. Wensen die te veel ingekleed zijn, missen ook hun doel, want die verdwijnen in de woordenbrij. Bovendien vraagt het veel van het geduld van de lezer. De kans dat de boodschap niet overkomt is groot.

Verloskundigen en gynaecologen gebruiken de geboortewensen nogal eens als een afstreeplijstje. Ze gaan puntsgewijs de wensen af en geven aan welke wel en welke niet volgens hen in te willigen zijn. Alsof het een lijst voor hen is: wat kan ik wel aanbieden en wat niet. De zwangere overhandigt dit document echter niet ter goedkeuring, maar als hulp voor de ander om sneller zicht te krijgen op de persoon die tegenover hem of haar zit.

Aanbevelingen voor het schrijven van de geboortewensen:

  • Schakel een liefst neutraal persoon in, die in gesprekken met de zwangere én partner helder krijgt wat hun wensen ten aanzien van hun bevalling zijn. Een doula is daar uitermate geschikt voor. Het is een onderdeel van haar werk en ze heeft er veel ervaring mee
  • Voor de schrijver: luister goed naar de vrouw en haar partner, leer haar kennen! Luister zonder beperkingen in het achterhoofd. Angst is een enorme stoorzender in de communicatie.
  • De toon van de geboortewensen is belangrijk. Niet dwingend of vragend, maar aangeven zoals het is. Doel: openend en verbindend.
  • Lengte: niet te lang. Maak een uitgebreide versie voor de zwangere en partner zelf. En een verkorte versie voor verloskundige/gynaecoloog.
  • Het gaat niet om overtuigen, maar (helpen) begrijpen.
  • Neem de tijd voor het opstellen en laat ruimte voor veranderingen.
  • Benadruk het doel van de geboortewensen, zodat het document niet oneigenlijk gebruikt zal worden.

woensdag 3 juli 2013

De eerste keer

Een doula bij je eerste bevalling, ja, dat zou in de meeste gevallen ideaal zijn. Maar door omstandigheden komt het er dan vaak juist niet van. En dat is jammer!

Als onervaren aanstaande ouder denk je je natuurlijk goed voor te bereiden: je haalt wat boeken uit de bibliotheek, hoort verhalen van familie en vriendinnen aan en je gaat op zwangerschapsgym of -yoga. Als je een sterke maag hebt, kijk je naar bevallingsprogramma's op televisie. Misschien denk je na over hoe je het liefst zou bevallen, of je bent meer een 'ik zie wel'-type.

Zo deed ik het zelf ook, de eerste keer. Maar wat viel het me tegen. Terugkijkend zou het met een doula erbij zo anders zijn geweest. Bijvoorbeeld in het ziekenhuis, toen mijn 'eigen' verloskundige (nou ja, ik had haar bij een controle één keer ontmoet) weg ging en ons daar achterliet bij een leger van vreemde verpleegkundigen, arts-assistenten en gynaecologen, die om de paar uur werden ingewisseld voor andere. Of in de lange uren dat we moesten afwachten of de weeën op gang zouden komen. Toen mijn man zo moe werd dat hij naar huis ging voor een slaapje. En toen ons door de gynaecoloog allerlei keuzes werden voorgelegd maar we geen idee hadden wat de consequenties daarvan waren - en of we eigenlijk wel iets te kiezen hadden. Met een doula erbij hadden we onze vragen kunnen stellen en ons gesteund gevoeld in plaats van overrompeld. Dat gevoel van 'overrompeld zijn' is na de bevalling nog lang bij me blijven hangen. Geen fijn begin van het moederschap.

Toen ik voor het eerst zwanger was, waren er nog nauwelijks doula's te vinden in Nederland. Maar ik kwam ook niet op de gedachte om er eentje te zoeken. Omdat ik geen idee had van wat me te wachten stond en wat mijn eigen rol daarin kon zijn. En zo gaat het met de meeste vrouwen die hun eerste kindje verwachten: het is vrijwel onmogelijk om een eerlijk beeld te krijgen van hoe het kan lopen. Dat heb je wel nodig om te beslissen of je het zonder doula aandurft!

Hoe is dit kennisprobleem op te lossen? Moeilijk. De boeken geven op zich wel informatie, maar zonder ervaring interpreteer je wat je leest toch op je eigen manier. De meeste mensen vertellen niet graag (eerlijke maar) 'enge verhalen' aan een zwangere vrouw; stress en angst wil je tijdens de zwangerschap liever vermijden. Of de verhalen die je hoort zijn juist zo gruwelijk dat je er alleen maar wanhopig van zou worden en je er dus voor afsluit.

Dat is voor mij een van de redenen geweest om Doula.nl op te richten en ook om aan dit Doulablog mee te werken. Zodat ik jullie, de lezers die voor het eerst een kindje verwachten, dit kan vertellen: denk er eens over om een doula bij je bevalling te vragen. Een eerste bevalling wordt tegenwoordig gezien als een 'risicobevalling', wat betekent dat je eerder naar het ziekenhuis moet en dat sneller tot medische ingrepen wordt overgegaan. Bereid je zelf ook voor op deze onzekere situatie door je te voorzien van continue emotionele ondersteuning. Ik durf best te stellen dat je daar nooit spijt van zult krijgen.

vrijdag 21 juni 2013

En het kind dan?

In de discussie over de keuzevrijheid/keuzerecht van de vrouw, die gelukkig steeds meer gevoerd wordt in Nederland, is een terugkerend thema ‘de rechten van het ongeboren kind’. Willeke heeft het in haar blog van 6 juni ‘keuzevrijheid van de bevalling in gevaar’ al genoemd, hier ga ik er graag verder op in. Niet specifiek op de (juridische) rechten van het kind, maar op de aannames die in zo’n uitspraak doorklinken.

Wat mij opvalt is dat het vooral mannen en met name mannelijke gynaecologen zijn die zich hier boos over maken (en nee, niet alle mannen en ook niet alle /alleen mannelijke gynaecologen). Ik chargeer misschien iets, maar gelukkig is een blog daarvoor…

Uit wat ik in het afgelopen jaar zoal gehoord heb, destilleer ik de volgende overtuigingen:
  1. De vrouw is egoïstisch als zij besluit (bijvoorbeeld) thuis te bevallen in plaats van de geadviseerde ziekenhuisbevalling. Daarbij wordt denigrerend gesteld dat deze zwangere ‘kaarslicht’ belangrijker vindt dan de gezondheid van haar baby.
  2. De vrouw kan de gevolgen van haar keuze niet overzien. ‘Wat als de baby overlijdt, dan zal de moeder spijt hebben van haar keuze’, is een vaak gehoord argument. Er wordt gesteld dat de vrouw geen goede (= rationele) afweging kan maken en dat zij denkt ‘het overkomt mij niet’.
  3. De vrouw mist de expertise om te weten of zij (bijvoorbeeld) een kindje in stuitligging kan baren, daar is de expertise van de dokter voor nodig (die heeft daar ervaring mee, de vrouw niet).
  4. De ‘arme baby’ kan zich niet verweren (tegen de ouders?), er is niemand die het voor de baby opneemt. Ervan uitgaande dat een overgrote meerderheid van de zwangeren wilsbekwaam is - dat wil zeggen niet psychotisch, zwakbegaafd of ernstig verslaafd - lijkt mij dit een bijzonder paternalistische manier van het benaderen van het ‘probleem’ - als het al een probleem is.
Ik stel hier het volgende ter overdenking tegenover, met in ons achterhoofd de wilsbekwame vrouw:

1. De egoïstische vrouw: de vrouw die welbewust en goed geïnformeerd keuzes maakt ten aanzien van haar bevalling, doet dat juist ook voor haar kind; het welzijn van het kind staat haar juist voor ogen. Zij weet dat wat goed voor haar is, dat wil zeggen: hóe zij bevalt, ook goed is voor haar kind. Wie dit niet (wil) gelooft, heeft wel een heel cynisch beeld van de vrouw/aanstaande moeder.

Ik wil hier graag Elselijn Kingma (professor in de filosofie en ethiek) citeren[1]:
Van bijna niemand in onze maatschappij wordt verwacht medische behandelingen te ondergaan voor het nut van een ander, en als mensen dat wel doen wordt het gezien als liefdadigheid en zelfopoffering. Het feit dat aanstaande moeders bijna zonder uitzondering tot zelfopoffering bereid zijn maakt hun acties niet minder liefdadig. Wij kunnen deze acties dus niet van hen eisen, zelfs niet uit naam van hun kinderen: de beslissing van een wilsbekwame aanstaande moeder over ingrijpen in haar bevalling moet daarom altijd gerespecteerd worden.
2. Het overzien van de gevolgen van je keuze: vrouwen die weloverwogen een keuze maken, op basis van volledige informatie, maken hun eigen risico-afweging. Daarin wordt meegenomen: hoe (on)veilig is het ziekenhuis in mijn specifieke situatie?

De dokter denkt in getallen (cijfers zijn 'evidence based', dat wil zeggen: gebaseerd op grote aantallen, vaak in 'randomized controlled trials') – die getallen zeggen niets over individuele casussen.

De vrouw denkt per definitie vanuit haar eigen unieke situatie. Zij is zich er ook van bewust, dat er nooit een garantie op leven of gezondheid is, en neemt dit mee in haar overwegingen. Dit lijkt een moeilijk te verteren iets te zijn voor zorgverleners. Misschien omdat zij er zo op gericht zijn om de dood te voorkomen?

Er lijkt ook in door te schemeren dat een vrouw geen goed oordeel kan vormen omdat zijn niet ‘rationeel’ kiest – zij is ‘hormonaal’ en ‘emotioneel’. Dit wekt zoveel wrevel in mij op, dat is voor een andere blogpost…

Daarbij: wie draagt de grootste gevolgen van de dood van een baby? Dat zijn toch de ouders zelf? Niet de zorgverlener?

3. Expertise. De vrouw is expert over haar eigen lichaam. Zij weet in hoeverre zij in staat is om te voelen wat zij al dan niet aankan, en daarop haar keuze te baseren. Het lijkt voor veel zorgverleners een brug te ver om deze expertise te erkennen en te vertrouwen. Als je de intieme, accurate kennis van een vrouw over haar eigen lichaam afzet tegenover de veelal technologische, uitwendige controlemiddelen van de zorgverlener, waarop zouden we ons dan het beste kunnen verlaten?

4. De arme baby. Dit vind ikzelf het meest moeilijk te verteren. Welk beeld heeft de zorgverlener van de moeder, als deze werkelijk denkt dat een baby tegen z’n (wilsbekwame) moeder beschermd moet worden? En welk beeld heeft hij van zichzelf? Superman/Mega Mindy, die de baby redt van zijn gevaarlijke omgeving? En dan? Waar gaat de baby dan naartoe? Gaat ‘vadertje staat’ voor haar zorgen? Die baby moet toch nog steeds bij deze ouders opgroeien? Is het dan niet veel verstandiger om geen artificiële tegenstellingen te creëren tussen degenen die van elkaar afhankelijk zijn voor verzorging en liefde?

Ik denk dat als we ons bewust worden van onze (onbewuste) aannames we een stuk verder in de discussie zullen komen. Deze aannames zijn deels cultureel bepaald. We komen vanuit een paternalistisch verleden waaruit nog maar 100 jaar geleden een vrouw het stemrecht kreeg, en nog niet eens 60 jaar geleden dat een getrouwde vrouw haar handelingsbekwaamheid verloor als zij trouwde… We komen van ver, en we hebben nog een eind te gaan. Maar ik zie een hoopvolle toekomst, waarin de vrouw als krachtige, autonome en vrije vrouw in gelijkwaardigheid naast de man haar plek in de samenleving inneemt. Dit zal alle baby’s, kinderen en de hele samenleving ten goede komen.

Ik roep elke zorgverlener op om de vrouw vanuit gelijkwaardigheid en respect aan te spreken, juist als zij met keuzes komt die als extreem overkomen. Alleen op die manier kunnen wij onze toekomst vormgeven.

[1] Uit: ‘Wie beslist over de plaats van bevalling’, in Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, 2012, nr 8

woensdag 12 juni 2013

Het verschil tussen een doula en een kraamverzorgende

Mijn bijdrage aan ons leuke doula-blog is deze keer een heel praktisch schrijfsel. Regelmatig kom ik vragen of opmerkingen tegen van kraamverzorgenden die zich afvragen of wij niet “in elkaars vaarwater zitten”.  Ik denk dat dat zeker niet zo is, vandaar dit stuk over “het verschil”.

Sinds 2006 bestaat in Nederland het beroep “doula”. Vanaf dat moment werd er vaak een vergelijking gemaakt met het werk van de kraamverzorgende. De kraamverzorgende helpt de verloskundige tijdens het laatste stuk van de bevalling. Zij verleent partusassistentie en daarna verzorgt zij de moeder en de baby in de kraamperiode. Een doula komt al tijdens de zwangerschap in beeld. Door de voorbereiding en de gesprekken die de aanstaande ouders tijdens de zwangerschap met de doula hebben, wordt een vertrouwensband opgebouwd. De zwangere gaat met zoveel meer vertrouwen in haar eigen kunnen de bevalling tegemoet, wat een grote waarde heeft.

Het blijkt steeds vaker dat er een diepe behoefte bestaat bij de barende vrouw om gebruik te kunnen maken van professionele continue ondersteuning, met alle positieve gevolgen die daarbij horen. Aan die behoefte geeft de doula gehoor. De laatste tijd gaan er steeds meer geluiden op dat kraamverzorgenden eerder in de ontsluitingsfase opgeroepen kunnen worden en dat zij extra getraind zijn om aanvullende taken te verrichten (al is er tot nu toe geen vaste afspraak dat een zwangere een beroep kan doen op deze extra ondersteuning). De rol van de doula is echter heel verschillend van die van de kraamverzorgende. 

De doula heeft uitgebreid gesproken met de ouders over de verwachtingen ten aanzien van de bevalling, hun wensen, ideeën, angsten en onzekerheden, zodat ze goed weet waar ze op moet letten tijdens de bevalling. De rol van de voorbereiding van de doula en het ontstaan van vertrouwen over en weer is zo belangrijk. Daarnaast is een doula goed opgeleid in het positief bevorderen van een natuurlijke bevalling. Ook na de kraamperiode blijft de doula vaak nog in contact met de ouders. 

Een kraamverzorgende komt als vreemde de bevalsituatie binnen en schat vanuit haar ervaring de situatie op dat moment in. Als een bevalling zich van thuis naar het ziekenhuis verplaatst, om wat voor reden dan ook, gaat over het algemeen de kraamverzorgster niet mee omdat het ziekenhuis de eigen kraamverpleegkundigen heeft. Als doula ga je altijd met de ouders mee, thuis, in het ziekenhuis en bij de eventuele overdracht aan de gynaecoloog. Ik vind het ook van grote waarde dat ik als doula de zwangere vrouw ken, weet hoe zij reageert en hoe zij is als zij niet aan het baren is. Ook de partner is voor mij zeker geen vreemde en ik weet hoe de ouders onderling op elkaar reageren.

Nog een punt van verschil: een doula zit niet vast aan een maximaal aantal te werken uren. Zij bepaalt haar eigen werktijd en geeft de garantie dat zij ook bij een langdurige bevalling constant aanwezig blijft. Zij is de persoon die de vrouw en haar partner zelf hebben uitgekozen, waarmee ze vertrouwd zijn geraakt en die hen op geen enkel moment in de steek zal laten. Juist deze continuïteit van aanwezigheid en aandacht geeft een veiliger gevoel tijdens de bevalling waardoor er o.a. minder complicaties optreden en minder vraag naar pijnstilling is.

Tijdens de persfase, als er volledige ontsluiting is, zal de kraamverzorgende de verloskundige assisteren. Ze zal al haar verzoeken inwilligen, haar dingen aangeven, spullen pakken voor haar, dingen klaarzetten en heen en weer lopen om hand- en span diensten te verrichten. De kraamverzorgende is goed ingespeeld op wat de verloskundige nodig heeft.  Zij kan daarbij niet haar constante aandacht aan de barende vrouw geven. Een doula blijft echter altijd aanwezig met aandacht en ondersteuning bij de vrouw en haar partner. Zij is goed ingespeeld op de beide ouders. Een doula is niet als eerste verantwoordelijk voor de hulp aan de verloskundige. Ondanks dat het lijkt alsof deze twee taken logisch in elkaar overlopen is er toch een groot verschil en een bepaalde tegenstrijdigheid. Toen ik zelf als doula bij een bevalling aanwezig was waarbij de kraamverzorgster er nog niet was tijdens de geboorte van de baby, voelde ik hoe ik in een spagaat terecht kwam. Natuurlijk help je de verloskundige dan, maar je focus is echt de moeder en haar partner en dat gaat op zo'n moment niet. Het voelt zowel voor de doula als voor de barende vrouw als een doorbreking van de doulataken. De kraamverzorgster werd dus echt door mij gemist! 

Zijn we niet allemaal bij elkaar om de geboorte een zo goed mogelijke ervaring te laten zijn voor de moeder en haar partner? Te helpen bij een goede, bekrachtigende geboorte ervaring, zodat zij ook als moeder op haar eigen kracht vertrouwt? Wij zorgen allemaal voor die oeroude en o zo belangrijke “circle of support” tijdens het moment van de geboorte van zowel een kind als een moeder. En daar heeft “iemands vaarwater” verder weinig mee te maken.  

“Birth is not only about making babies. Birth is about making mothers – strong, competent, capable mothers who trust themselves and know their inner strength.”  (Quote Barbara Katz Rothman)

Lieve groet, Marlies Phielix

donderdag 6 juni 2013

Keuzevrijheid bij de bevalling in gevaar!

Misschien heb je het artikel in de krant gelezen: de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft drie verloskundigen voor de tuchtrechter gedaagd. Zij zouden onverantwoorde zorg hebben verleend aan barende vrouwen en buiten hun boekje zijn gegaan in hun verantwoordelijkheden. De uitspraak in deze zaak is van groot belang, want de keuzevrijheid van vrouwen over hoe & waar zij willen bevallen is ook in ons land in gevaar!

Wat is er gebeurd?
De drie verloskundigen hebben een stuitbevalling en twee keer een tweeling-geboorte bij mensen thuis begeleid. Volgens de richtlijnen kunnen deze bevallingen het beste in het ziekenhuis plaatsvinden, onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog, vanwege de verhoogde kans op complicaties. De aanstaande ouders die dit betrof waren door de verloskundigen goed geïnformeerd over mogelijke risico’s en hadden zélf de keus gemaakt om niet in het ziekenhuis te bevallen, maar thuis. De verloskundigen vonden het hun plicht om ook deze ouders hulp te bieden en hen niet in de steek te laten bij hun keus.

Het recht van de vrouw?
Mag je bevallen waar je wilt of moet je je conformeren aan de richtlijnen die zijn opgesteld tussen de beroepsgroepen (verloskundigen en gynaecologen) onderling? Het antwoord is klip en klaar: het is een mensenrecht van de vrouw om te beslissen hoe, waar en met wie zij bevalt. Waar gaan we naartoe wanneer een niet opgevolgde richtlijn leidt tot een zaak bij de tuchtrechter? Een richtlijn is immers geen wet. Een richtlijn is niets meer of minder dan een aanwijzing over het gedrag dat het beste gevolgd kan worden. Inherent hieraan is dat je een dergelijk aanwijzing ook naast je neer mag leggen. Het verheffen van een richtlijn tot wet is in strijd met het recht en zal een ontwikkeling in gang zetten die veel verder gaat dan je nu misschien kunt vermoeden. Er zijn namelijk heel veel richtlijnen in omloop en wanneer die ‘wet’ worden, zullen tijdens de zwangerschap en bevalling veel vrouwen gedwongen worden een voorgestelde behandeling te ondergaan waar zij nú nog een keuze hebben.

Waar ligt de grens?
De keuzevrijheid voor vrouwen is bij een bevalling met een medische indicatie nu al bijzonder beperkt. Onder de noemer ‘richtlijn’ en ‘ziekenhuisprotocol’ schikken veel vrouwen zich in voorgestelde behandelingen en interventies waarin zij feitelijk een keuze hebben. Die keus wordt alleen niet als zodanig benoemd. Neem als voorbeeld de oxytocine-injectie die in ziekenhuizen vrijwel standaard wordt gegeven aan een vrouw direct na de bevalling. Op die manier wordt de geboorte van de placenta gestimuleerd, zonder dat daar altijd een medische reden voor is. De vrouw wordt niet om toestemming gevraagd, terwijl zij die feitelijk wél dient te geven. Er wordt immers iets geïnjecteerd in haar lichaam.

Nogmaals: waar ligt de grens?
Op dit moment vindt een groot percentage bevallingen van eerste kindjes plaats in het ziekenhuis, met een medische indicatie. Met de regelmaat van de klok gaan er stemmen op om als richtlijn te gaan aannemen dat deze bevallingen onder gynaecologische verantwoordelijkheid plaatsvinden. Let wel; dit is nog niet aan de hand, maar op het moment dat dit wel de richtlijn wordt, dan houdt dat dus feitelijk in dat je in het ziekenhuis moet bevallen van je eerste kind. De richtlijn is immers 'eigenlijk' een wet. En de verloskundige die het dan toch nog in haar hoofd haalt om een eerste bevalling thuis te begeleiden wordt voor de tuchtraad gedaagd zoals de drie verloskundigen nu. Met dat in het achterhoofd durf ik met zeker te stellen dat onze keuzevrijheid in gevaar is!

En het recht van het ongeboren kind?
Ouders kunnen wel graag willen bevallen wáár, met wie en op wat voor manier zij willen, maar wat als daarmee het risico voor letsel aan hun ongeboren kindje toeneemt? Het ongeboren kind heeft toch recht op een zo goed mogelijke start? In ieders ogen zal het antwoord op deze vraag 'JA' zijn. Maar je kunt je daarbij afvragen wat in het belang van het kind is. Wie verwoordt nu eigenlijk de stem van het kind in dit stadium? Ik betwijfel in hoge mate of de beste start voor een kind een zwaar gemedicaliseerde ziekenhuisbevalling is, waarbij tijdsdruk en protocollen een grote rol spelen en het respect voor de wensen van de barende veel minder van belang is.

Als we in de huidige situatie geen tegengas geven, maar meegaan in de richtlijnen zoals die er nu liggen, wie beslist er dan eigenlijk over de rechten het ongeboren kind? Niet de ouders, maar degenen die de richtlijnen hebben opgesteld. Zíj eigenen zich de stem van het ongeboren kind toe en lopen daarbij genadeloos heen over hen die bij dit alles centraal horen te staan: de ouders zelf.

Willeke Klerks,
doula & cursusleidster Samen Bevallen
Haarlem

NOTE: In Hongarije is verloskundige Ágnes Geréb gestraft en uit haar beroep gezet vanwege het begeleiden van thuisbevallingen. In Hongarije is in het ziekenhuis bevallen de richtlijn.

Kijk voor meer informatie over dit onderwerp ook eens op www.geboortebeweging.nl

dinsdag 4 juni 2013

De geboorte van een tweeling

Als een doula al onmisbaar is wanneer je 'heel gewoon' één kindje krijgt, dan is zij dat zeker bij de geboorte van een tweeling. Juist dan moeten alle zeilen bijgezet worden om de bevalling zo min mogelijk te medicaliseren en om ouders de kans te geven hun kindjes geboren te laten worden zoals zij dat graag willen. Hieronder het verhaal van de geboorte van Lotte en Sterre.

Anne en Pieter hebben al twee kinderen wanneer Anne voor de derde keer zwanger wordt. Hun oudste zoon is na een moeizame bevalling in het ziekenhuis geboren, de tweede zoon heel rustig thuis, zoals zij graag wilden. Dat hadden ze ook in hun hoofd voor de geboorte van hun derde kindje, maar het feit dat het een tweeling bleek te zijn, veranderde de zaak. Een tweeling-bevalling is altijd ziekenhuiswerk en de controle door de gynaecoloog is zelfs nóg intensiever dan in menige andere gecompliceerde situatie. En daarvan baalden Anne en Pieter stevig! Ze wilden het liefst helemáál geen gynaecologische bemoeienis, geen CTG-band om de buik, geen infuus, kortom: niets dat meestal standaard is bij de geboorte van een tweeling. Wat ze wél wilden was zo natuurlijk mogelijk bevallen, in hun eigen tempo én zittend op de baarkruk.
Stevige punten dus voor het geboorteplan! Ik beloof me sterk maken voor hun wensen en hoop daarbij ook op de welwillendheid van het medisch personeel. Dat is in deze situatie zeker van belang.

Niet lang daarna kondigt Anne's bevalling zich aan en haast ik me naar het ziekenhuis. Wanneer ik aankom, tref ik meteen de dienstdoende gynaecologe. Terwijl we samen naar de verloskamer lopen waar Anne en Pieter zich net hebben geïnstalleerd, geef ik haar een exemplaar van het geboorteplan. Ik zeg haar dat Anne's wensen hier en daar vragen om buiten de paden van de ziekenhuisprotocollen te treden, maar dat ik hoop dat ze er zoveel mogelijk in mee wil gaan. Deze binnenkomer slaat aan, want er wordt serieus notitie genomen van het geboorteplan.

In de verloskamer blijkt Anne al stevige weeën te hebben. Dit gaat niet lang duren, zie ik. Ik vraag de aanwezige arts-assistent direct of de baarkruk erbij mag komen en als hij voorzichtig mompelt dat dat niet gebruikelijk is bij een tweeling-geboorte, krijg ik er krachtige steun van Pieter bij. Hij eist dat de baarkruk nú gehaald wordt. Kijk, met zo'n vader erbij gaan we het zeker redden. Vervolgens zegt de assistent alvast een infuus aan te willen brengen voor je-weet-maar-nooit, maar ook dat wijzen Pieter en ik eensgezind af. Is er een medische noodzaak om dat nu te doen? Nee? Dan willen we dat niet.

Een half uurtje later mag Anne gaan persen, op de baarkruk. Al na tien minuten wordt Baby 1 geboren, een prachtig meisje. Anne wil even op bed bijkomen van de inspanningen en wachten op wat er verder gaat gebeuren. Baby 2 blijkt de tijd te willen nemen. Na een half uur zonder persweeën begint de gynaecologe wat zenuwachtig te worden en stelt ze voor toch een infuus te gaan inbrengen om de weeën krachtiger te maken. Weer vragen Pieter en ik naar de medische noodzaak. Is moeder nog okay? Ja! Gaat het met de baby goed? Ja! Geen reden dus om in te grijpen en we wachten gewoon af... Opeens voelt Anne het tweede kindje zakken in haar buik. "Nu!" roept ze en we helpen haar weer op de baarkruk. Drie persweeën later is ook Baby 2 gearriveerd. Nóg een mooi poppetje.

Wanneer Anne later aan het bijkomen is met de twee meisjes op haar borst en Pieter stralend naast haar, is ze supergelukkig. Ondanks dat ze in het ziekenhuis moest bevallen, is het gegaan zoals ze gewenst hadden. Het was een 'gewone' bevalling geweest, maar dan wel van een tweeling.

En natuurlijk was ik hier ook erg blij om. Het is niet de eenvoudigste taak voor een doula om de wensen die deze mensen hadden in deze situatie voor elkaar te krijgen. Maar met hulp van Pieter én de welwillendheid van de fijne gynaecologe was het helemaal in orde gekomen.

Willeke Klerks