Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen

zondag 15 september 2013

Wachten...

Ik vind het heerlijk om doula te zijn! Ik ontmoet bijzondere mensen op hun kwetsbaarst, ben erbij als nieuw leven wordt verwelkomd, en mag daar nadien nog over schrijven ook! Heerlijk!

Het enige dat ik niet leuk vind van mijn werk is dat eindeloze wachten. Wanneer zal ze gaan bevallen? Toch alsjeblieft niet net als ik dat uitje met de kinderen heb gepland? Ik ben er inmiddels wel aan gewend om altijd een plan B in mijn hoofd te hebben bij alles wat ik doe. Ik durf er zelfs een beetje op te vertrouwen dat ‘mijn’ kindjes niet geboren zullen worden op een moment dat het niet uitkomt.

Mijn wachten is dus lang niet zo zwaar als het gewacht van (aanstaande) ouders. Nachtenlang wordt er soms gepiekerd over van alles en nog wat. Hoe zal het gaan? Toch alsjeblieft niet op de verjaardag van die en die! En wat nou als…?

Angst kan het wachten ernstig veronaangenamen. Eigenlijk is er maar één basisangst, namelijk Hoe hou ik controle over mezelf? Ik zie ouders op verschillende manier omgaan met groeiende angsten naarmate de bevalling nadert. Sommigen proberen ze weg te stoppen en hopen dat ze er dan niet meer aan denken (met weinig kans op slagen!). Anderen proberen ze onder controle te krijgen door eindeloos te blijven piekeren over alle mogelijke rampscenario’s (waarop het kind zelf waarschijnlijk een nieuwe weet te verzinnen!).

De enige manier om met angst om te gaan is door het toe te laten. Emoties kunnen immers alleen maar groeien als ze er niet mogen zijn. Een doula kan je helpen van je hoofd naar je gevoel te gaan. Zij zal hier met je over praten, je laten beseffen dat je heus niet stoerder zou moeten zijn, je laten benoemen waar je nou precies zo bang voor bent, en achterhalen waar die angst vandaan komt.

Vrijwel alle angsten zijn herinneringen. De eerste vier jaar van je leven ben je een open boek, je schrijft alles op en dan stáát het er, voor de rest van je leven. Emoties kun je dus beschouwen als je innerlijk kind. En daar dient eerst naar te worden geluisterd, voordat je kan worden gerustgesteld. Accepteren en ruimte maken, letterlijk en figuurlijk.

Wedden dat dan nadien blijkt dat het al dat wachten beslist meer dan waard was!


maandag 22 juli 2013

Geboortewensen: aanwinst of stoorzender

Sinds een aantal jaren is het opstellen van een geboorteplan in opkomst. Aanstaande ouders worden gestimuleerd om hun wensen ten aanzien van hun komende bevalling op papier te zetten. Handig en inzichtelijk voor zichzelf én voor diegene die aanwezig zal zijn tijdens de bevalling. Ondanks de goede bedoelingen is zo’n geboorteplan toch regelmatig de aanleiding tot frictie tussen zwangere en verloskundige of gynaecoloog. Dat kan beter.

Naam
Het woord “plan” suggereert dat je kunt en gaat plannen hoe een bevalling zal verlopen. Dat is natuurlijk niet waar. Wat voor iedereen wel gelijk is, zijn de fases van een bevalling. Je kunt bijvoorbeeld de ontsluiting niet overslaan. Maar in de uitvoering zijn er grote verschillen. En dat is volstrekt normaal. Een bevalling is niet te standaardiseren, al denken sommige mensen dat dat wel kan en zelfs wenselijk is. En door te gaan plannen versterk je die overtuiging.
Daarnaast heeft de term iets dwingends: ik plan en de ander zorgt maar dat hij zodanig meewerkt dat het precies zo uitgevoerd wordt. Zo kan het geboorteplan een bron van frictie, machtsspelletjes en onbegrip worden. Precies het omgekeerde waarvoor het bedacht en bedoeld is, namelijk begrip en inzicht kweken en opteren voor de mogelijkheden.
Daarom bij deze het voorstel om voortaan de term “geboortewensen” te gebruiken. Dat dekt meer de lading. Het haalt het planmatige eraf en versterkt het doel van het beschrevene, namelijk dat de hulpgever helder, vlot en duidelijk een beeld krijgt van degene met wie hij gaat samenwerken. Immers, hoe beter je iemands wensen kent, hoe effectiever en prettiger het contact is.

Doel en werking van de geboortewensen
Een vrouw weet van te voren niet hoe haar bevalling zal verlopen. Hoe lang het gaat duren, welke houdingen ze prettig zal vinden om de weeën mee op te vangen, hoe ze het moeder worden zal ervaren etc. Wat ze WEL weet, is wie ze nu is. Hoe ze reageert op stress. Wat ze kan doen om te ontspannen of om iets vol te houden. Kortom: ze neemt zichzelf mee de bevalling in. En dat is waardevolle informatie. Daarnaast zijn de meeste zwangeren erg geïnteresseerd in alles wat met zwanger zijn en bevallen te maken heeft. Breed geïnformeerd worden maakt dat hun horizon vergroot wordt en dat ze goed passende keuzes kunnen maken.

Op eigen kracht de geboortewensen allemaal helder krijgen is voor de meeste zwangeren ondoenlijk. En dat is logisch. Een vragenlijstje of een boekje met suggesties zijn vaak ontoereikend. Het is sterk aan te bevelen om met een deskundige, ervaren, liefst neutrale persoon je wensen te bespreken. Een doula is daarvoor uitermate geschikt. Het is een vast onderdeel van haar aanbod. Geboortewensengesprekken met haar duren gemiddeld drie uur. En dat zijn intensieve uren. Alle aspecten van de bevalling komen aan de orde. Door in gesprek te gaan, kun je accenten leggen waar dat nodig is. Informeren waar blijkt dat er onvoldoende bekendheid is met de mogelijkheden. En bevestigen, bekrachtigen wat belangrijk is voor de zwangere en haar partner. Dit alles geeft een zeer solide basis voor de bevalling die gaat komen. De aanstaande ouders gaan met meer vertrouwen en zelfs met plezier de bevalling in. Dat deze voorbereiding z’n vruchten afwerpt, moge duidelijk zijn.

Haken en ogen
Soms gebruiken aanstaande ouders de geboortewensen als wapen in de strijd om de gewenste begeleiding te krijgen. En dat is jammer, want (machts)strijd is een enorme stoorzender. De toon die in de geboortewensen gebruikt wordt, is heel belangrijk. Dwingende, eisend opgestelde wensen zijn hiervan een voorbeeld. Wensen die te veel ingekleed zijn, missen ook hun doel, want die verdwijnen in de woordenbrij. Bovendien vraagt het veel van het geduld van de lezer. De kans dat de boodschap niet overkomt is groot.

Verloskundigen en gynaecologen gebruiken de geboortewensen nogal eens als een afstreeplijstje. Ze gaan puntsgewijs de wensen af en geven aan welke wel en welke niet volgens hen in te willigen zijn. Alsof het een lijst voor hen is: wat kan ik wel aanbieden en wat niet. De zwangere overhandigt dit document echter niet ter goedkeuring, maar als hulp voor de ander om sneller zicht te krijgen op de persoon die tegenover hem of haar zit.

Aanbevelingen voor het schrijven van de geboortewensen:

  • Schakel een liefst neutraal persoon in, die in gesprekken met de zwangere én partner helder krijgt wat hun wensen ten aanzien van hun bevalling zijn. Een doula is daar uitermate geschikt voor. Het is een onderdeel van haar werk en ze heeft er veel ervaring mee
  • Voor de schrijver: luister goed naar de vrouw en haar partner, leer haar kennen! Luister zonder beperkingen in het achterhoofd. Angst is een enorme stoorzender in de communicatie.
  • De toon van de geboortewensen is belangrijk. Niet dwingend of vragend, maar aangeven zoals het is. Doel: openend en verbindend.
  • Lengte: niet te lang. Maak een uitgebreide versie voor de zwangere en partner zelf. En een verkorte versie voor verloskundige/gynaecoloog.
  • Het gaat niet om overtuigen, maar (helpen) begrijpen.
  • Neem de tijd voor het opstellen en laat ruimte voor veranderingen.
  • Benadruk het doel van de geboortewensen, zodat het document niet oneigenlijk gebruikt zal worden.

dinsdag 23 april 2013

Ik stond erbij

De partner wel of niet bij de bevalling?

Gisteren stond een artikel in De Telegraaf met als titel: 'Vaders weren tijdens de bevalling'[1]. Een blogpost is te kort om op alle aspecten in te gaan; toch waag ik me aan een begin… Misschien komt er een (zinderende) discussie op gang.

De titel[2] van deze blog geeft een wat cliché beeld van hoe de (mannelijke) partner gezien wordt bij de bevalling: als iemand die 'erbij staat', niet goed wetend wat er van hem wordt verwacht, en wat hij kan doen. Michel Odent, bekend van zijn baanbrekend werk voor de waterbevalling en hands-off bevalling, stelt: "De aanwezigheid van een nerveuze partner zou een vrouw namelijk gespannen kunnen maken en daardoor de productie van oxytocine, een hormoon dat het bevallingsproces bevordert, kunnen vertragen. Dit zorgt ervoor dat vrouwen sneller op de operatietafel belanden." Als we ervan uitgaan dat stress besmettelijk is, en dat het bevallingsproces ook voor de partner heel spannend kan zijn, dan zou dit zeker waar kunnen zijn[3]. Een tijdje neigde ik in de richting van Odent's uitspraak. Ik zag soms ook de spanning en onzekerheid van de vaders, en probeerde ze daarin te steunen. Het was me ook duidelijk dat het invloed had op hun barende vrouw. Een enkele keer heb ik er zelfs aan getwijfeld of het wel 'goed' was dat de partner erbij was. Ik deed m'n best - 'de doula is er ook voor de partner' zoals ik zelf ook vaak gezegd heb. Of ik er altijd in slaagde, ik weet het niet zeker.

Tot ik bij de laatste bevallingen opmerkelijk rustige vaders zag. En dat waren niet allemaal vaders die ook in het dagelijks leven de rust zelve zijn… Toen ik daarover achteraf iets zei, zeiden de vaders nagenoeg hetzelfde: 'Ik zag dat mijn partner het goed maakte, dus voelde ik mij ook rustig.' Dat zette mijn wereld op z'n kop: de moeder die goed[4] in haar bevalling zit, maakt dat haar partner geen stress ervaart! En daardoor kon zij zich nog meer ontspannen, omdat ze zich zo gesteund voelde.

Hoe kwam het dan, dat de vrouw goed in haar bevalling kwam, ook in het bijzijn van haar (in aanvang misschien zenuwachtige) man? Gedeeltelijk kon ik het uitleggen door de 'traditionele' doula-rol: het aanwezig zijn, de rust, de bevestiging dat wat zich voordoet normaal is, waardoor de vrouw en ook haar partner zich kunnen ontspannen. Maar toch, dat bevredigde me niet helemaal. Was er in de voorbereiding iets anders gegaan? Of tijdens de bevalling? Kon ik overeenkomsten ontdekken?

Als ik terugkijk, was er bij al deze stellen een moment in de zwangerschap dat er een conflict of dieper verschil van mening was, dat naar elkaar toe werd uitgesproken - echt in alle eerlijkheid, zonder eromheen te draaien. Een aantal keer in mijn bijzijn; ik bleef dan in mijn doula-rol: 'holding the space', vooral luisterend, soms een vraag stellend, en heb op momenten geholpen de communicatie helderder te krijgen. In de tijd erna zag ik dat dit proces de partners dichter naar elkaar toe had gebracht. Kan het zo zijn dat doordat de vrouwen hun gevoelens, gedachtes, angsten, hoop en behoeftes hadden gedeeld met hun partner, en vice versa (essentieel!) dat er een bepaalde intimiteit en begrip waren ontstaan, die er daarvoor niet waren? Waardoor zij allebei zich al voorafgaand aan de bevalling meer begrepen en gezien voelden? Dat dit een bodem had gelegd voor een ontspanning in de relatie, die de partners ten goede kwam tijdens de bevalling (en zeker ook in de periode erna!)?

Voorlopig houd ik dit als werkhypothese aan: 'de aanwezigheid van de vader tijdens de bevalling komt de moeder ten goede als voorafgaand aan de bevalling beide partners zich gezien en gehoord voelen in hun behoeften en angsten, en zich door de ander gesteund en gewaardeerd voelen.' Mocht mijn inzicht veranderen, dan kom ik op dit onderwerp terug.

Ik ben benieuwd naar jullie gedachtes en ervaringen!

Joyce
www.embracingbirth.nl

[1] http://www.telegraaf.nl/vrouw/ouder_kind/21486449/___Vaders_weren_bij_bevalling___.html, en het nieuwsartikel waar het op gebaseerd is: http://news.bbc.co.uk/2/hi/8377099.stm
Een post van iemand die vindt dat de vader erbij moet zijn: http://www.telegraph.co.uk/women/mother-tongue/9936276/A-father-belongs-in-the-delivery-room.html en iemand die vindt van niet: http://www.telegraph.co.uk/women/mother-tongue/9936269/Keep-Daddy-out-of-the-delivery-room.html

[2]De titel verwijst naar de korte film 'Ik stond erbij' over vaders tijdens de bevalling: https://ikstonderbij.nl

[3] Of Odent alleen mannelijke partners bedoelt, of ook vrouwelijke, dat weet ik zo gauw niet. Ik houd het er even op dat hij het over vaders heeft, omdat een man niet de biologische imprint heeft dat zijn lijf zou weten hoe het moet bevallen (hoewel… hij is natuurlijk wel zelf ooit geboren). Enfin, ik houd het even 'op de vader'.

[4] goed, in de zin van: in zichzelf gekeerd, haar weeën opvangend op haar manier, niet afgeleid.